
Medische personenweegschalen
In deze categorie Medisch Meubilair vindt u de weegstoelen en de andere medische personenweegschalen.
Faq's Digitale personenweegschalen
Een mechanische weegschaal geeft het gewicht op analoge wijze weer met behulp van een wijzer. Hij bestaat onder andere uit een veer, een hefboom en bewegende onderelen.
Een elektronische weegschaal heeft een digitale weergave. Hier berust het weegprincipe op ontvangers die een signaal doorgeven aan een elektronische indicator.
Voordelen van elektronische weegschalen:
- De nauwkeurigheid is groter.
- Ze zijn veel sneller met het wegen.
- Doordat er geen bewegende onderdelen zijn:
. maken ze minder geluid,
. kan er geen mechanische slijtage optreden.
- Ze zijn doorgaans wat kleiner en wat minder zwaar.
- Ze zijn minder hoog zodat de opstap makkelijker is.
- Ze zijn aan te sluiten op een computer.
Nadelen van een elektronische weegschaal:
- Hij kan iets meer kosten.
- Hij verbruikt - overigens minimaal - energie.
De zwaartekracht, en dus ook de hoogte waarop een locatie ligt, heeft invloed op de weegresultaten.
Bij het wegen wordt namelijk gebruik gemaakt van de kracht waarmee iemand door de aarde wordt aangetrokken. Naarmate men verder is verwijderd van het centrum van de aarde, is die kracht zwakker.
In Nederland (breedtegraad 51,9167) is de waarde van de zwaartekracht 9,8124.
In Suriname (breedtegraad 3,7667) is de waarde van de zwaartekracht 9,7802.
Per 100 kilo maakt dit een verschil van 322 gram uit in het gewicht: wie in Nederland precies 100 kilo weegt, zou (op dezelfde weegschaal) in Suriname 99,68 kilo wegen.
Om zulke afwijkingen te voorkomen, stelt de leverancier de weegschaal van tevoren in op de geografische locatie waar hij gebruikt gaat worden. Binnen Nederland zijn die verschillen echter minimaal.
BMI is een afkorting van Body Mass Index; die geeft de verhouding weer tussen gewicht en lichaamslengte. De formule is:
gewicht (in kilo’s)
lengte x lengte (in meters)
De BMI wordt uitgedrukt in een cijfer:
Voor volwassenen geldt:
BMI < 18,50 Ondergewicht (anorexia)
< 16,00 Ernstige magerheid
16,00-16,99 Matige magerheid
17,00-18,49 Milde magerheid
BMI 18,50-24,99 Normaal gewicht
BMI > 25 Overgewicht
25,00-25,99 Pre-obees
BMI > 30 Obesitas
30,00-34,99 Obesitas Klasse 1
35,00-39,99 Obesitas Klasse 2
> 40 Obesitas Klasse 3
(bron: Wereldgezondheidsorganisatie, met dank aan het Voedingscentrum)
Voor meisjes geldt:
Leeftijd Te licht Normaal Te zwaar Obesitas
6 jaar < 13 13,0 – 17,34 17,34 - 19,65 > 19,65
7 jaar < 13 13,0 – 17,75 17,75 – 20,51 > 20,51
8 jaar < 13,1 13,1 – 18,35 18,35 – 21,57 > 21,57
9 jaar < 13,3 13,3 – 19,07 19,07 – 22,81 > 22,81
10 jaar < 13,6 13,6 – 19,86 19,86 – 24,11 > 24,11
11 jaar < 13,9 13,9 – 20,74 20,74 – 25,42 > 25,42
12 jaar < 14,4 14,4 – 21,68 21,68 – 26,67 > 26,67
13 jaar < 15,0 15,0 – 22,58 22,58 – 27,76 > 27,76
14 jaar < 15,6 15,6 – 23,34 23,34 – 28,57 > 28,57
15 jaar < 16,1 16,1 – 23,94 23,94 – 29,11 > 29,11
16 jaar < 16,6 16,6 – 24,37 24,37 – 29,43 > 29,43
(bronnen: Ondergewicht: Van Buuren et al, 2004 NTvG / Overgewicht en Obesitas: Cole T.J. et al. Estabilishing a standard definition for child overweight and obesity wordwide: international survey. BMJ, 200. 320(7244): p. 1240 / Met dank aan het Voedingscentrum)
Voor jongens geldt:
Leeftijd Te licht Normaal Te zwaar Obesitas
6 jaar < 13,1 13,1 – 17,55 17,55 – 19,78 > 19,78
7 jaar < 13,1 13,1 – 17,92 17,92 – 20,63 > 20,63
8 jaar < 13,3 13,3 – 18,44 18,44 – 21,60 > 21,60
9 jaar < 13,5 13,5 – 19,10 19,10 – 22,77 > 22,77
10 jaar < 13,7 13,7 – 19,84 19,84 – 24,00 > 24,00
11 jaar < 14,0 14,0 – 20,55 20,55 – 25,10 > 25,10
12 jaar < 14,4 14,4 – 21,22 21,22 – 26,02 > 26,02
13 jaar < 14,8 14,8 – 21,91 21,91 – 26,84 > 26,84
14 jaar < 15,3 15,3 – 22,62 22,62 – 27,63
(bronnen: Ondergewicht: Van Buuren et al, 2004 NTvG / Overgewicht en Obesitas: Cole T.J. et al. Estabilishing a standard definition for child overweight and obesity wordwide: international survey. BMJ, 200. 320(7244): p. 1240 / Met dank aan het Voedingscentrum)
BSA is een afkorting voor Body Surface Area (lichaamsoppervlakte) in m2. Deze waarde wordt bepaald aan de hand van de lichaamslengte en het lichaamsgewicht.
De BSA wordt gebruikt voor specifieke berekeningen, bijvoorbeeld van de cardiac index en voor de dosering van chemokuren.
Er zijn verschillende formules om de BSA te berekenen. De formule van Mosteller is vrij gangbaar. In deze formule staat L voor de lengte en M voor het gewicht in kg.
De BSA is de wortel uit (L x M)
3600
Gemiddelde BSA-waarden zijn:
- Mannen: 1,9 m2
- Vrouwen: 1,6 m2
- Kinderen tussen 12 en 13 jaar: 1,33 m2
- Kinderen van 10 jaar: 1,14 m2
- Kinderen van 9 jaar: 1,07 m2
Tarra is het verschil tussen netto en bruto. Het gaat om al het gewicht dat eigenlijk niet meegewogen moet worden, zoals een rolstoel, een kussentje waarop een patiënt zit, een stoma, een jas, schoenen...
Veel weegschalen hebben de mogelijkheid om één of meerdere tarragewichten in te stellen en houden automatisch rekening met bijvoorbeeld een kussentje dat op een weegstoel wordt gelegd.
IP is een afkorting voor International Protection. Na de letters IP volgen er twee cijfers: het eerste duidt op het binnendringen van stof en voorwerpen, het tweede op de bescherming tegen water.
Betekenis van het eerste cijfer:
0 = Niet beschermd
1 = Beschermd tegen vaste voorwerpen groter dan 50 mm
2 = Beschermd tegen vaste voorwerpen groter dan 12 mm
3 = Beschermd tegen vaste voorwerpen groter dan 2,5 mm
4 = Beschermd tegen vaste voorwerpen groter dan 1 mm
5 = Beschermd tegen stof
6 = Stofdicht
Betekenis van het tweede cijfer:
0 = Niet beschermd
1 = Beschermd tegen druppelend water
2 = Beschermd tegen druppelend water bij een schuine stand tot 15 graden
3 = Beschermd tegen sproeiend water / regen
4 = Beschermd tegen opspattend water
5 = Beschermd tegen waterstralen
6 = Beschermd tegen stortbuien
7 = Beschermd tegen onderdompeling tot 1 meter diep en 30 minuten lang
8 = Beschermd tegen verblijf onder water
NEN is het Nederlands Normalisatie-instituut.
De 60601 norm is een reeks specificaties voor de veiligheid en de essentiële prestaties van medisch elektrische apparatuur.
De richtlijn voor medische hulpmiddelen (93/42/EEG)
Met het oog op een vrij verkeer van hulpmiddelen tussen de landen, zijn er op Europees niveau regels voor medische hulpmiddelen vastgesteld die de veiligheid en de gezondheid van de mensen moeten beschermen en de prestaties van de toestellen moeten waarborgen.
Daarbij zijn de hulpmiddelen ingedeeld in 4 verschillende klassen. Bij de indeling is de kwetsbaarheid van het menselijk lichaam bepalend.
Personenweegschalen vallen onder klasse I (hulpmiddelen die niet geheel of gedeeltelijk in het lichaam binnendringen).
De indeling is vooral van belang voor de procedures die moeten worden gevolgd om te beoordelen of het product conform de Europese regelgeving is. Bij klasse I mogen deze procedures worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de fabrikant.
De richtlijn voor niet-automatische weegwerktuigen (90/384/EEG)
Deze richtlijn geldt specifiek voor weegtoestellen waarbij de tussenkomst van een persoon nodig is om te wegen. Er worden 4 klassen onderscheiden, die van belang zijn voor de vereiste nauwkeurigheid van het wegen: speciaal, fijn, gewoon, grof. De personenweegschalen - inclusief de baby- en kinderweegschalen - vallen onder klasse III (gewoon).
Voor weegtoestellen die aan deze richtlijnen voldoen wordt een Verklaring van Conformiteit opgesteld. Op de desbetreffende weegtoestellen staat altijd
- het CE-symbool
- een groen vierkant met daarin een zwarte M
- de aanduiding van de nauwkeurigheidsklasse (III).

Ook is aan de hand van een nummer af te lezen wie er heeft gecontroleerd of het toestel voldoet aan de richtlijnen.
De Inspectie voor de Volksgezondheid schrijft voor dat instellingen de plicht hebben om regelmatig te controleren of weegwerktuigen die worden gebruikt voor het wegen van patiënten ter observatie, diagnose en behandeling nog voldoen aan de eisen. Dit dient periodiek te gebeuren (afhankelijk van het gebruiksdoel en de gebruiksintensiteit) en ook na iedere wijziging die de meetfunctie kan beïnvloeden.
Door het gebruik van weegapparatuur kunnen er op den duur afwijkingen ontstaan waardoor de uiteindelijke resultaten minder nauwkeurig zullen zijn. Mogelijke oorzaken van zulke afwijkingen zijn:
- de mechanische belasting
- slijtage
- overbelasting
- vuil
- elektronica die niet helemaal stabiel is.
Kalibreren is het vaststellen van die afwijkingen. Vaak is een minimale afwijking acceptabel, maar als de toleranties worden overschreden moet het apparaat worden gejusteerd om weer een betrouwbaar weegresultaat te krijgen.
Bij kalibratie worden de volgende punten onderzocht:
- Hoe weegt het toestel als het gewicht in het midden staat, en hoe weegt het als het op elk van de 4 hoeken staat?
- Geeft het toestel telkens hetzelfde resultaat als een weging meerdere malen wordt herhaald?
- Voldoet het nog aan de regelgeving (EG-richtlijn 90/384/CE ofwel EN45501)?
Kalibratie betekent niet automatisch dat de geconstateerde afwijkingen ook daadwerkelijk worden verholpen (gejusteerd). Het is zinvol om daar vooraf duidelijke afspraken over te maken met het servicebedrijf dat de kalibratie uitvoert.
Op iedere weegschaal moet de datum van de laatste kalibratie of ijking goed leesbaar zijn vermeld.
Als er bij het kalibreren onaanvaardbare afwijkingen worden geconstateerd waardoor de weegschaal niet meer het juiste gewicht aangeeft, dan moet het apparaat worden bijgesteld. Dit heet justeren.
Justeren heeft alleen betrekking op reparaties aan het weeggedeelte. Hiervoor heeft de reparateur passwords en specifieke informatie nodig van de producent van het weegtoestel.
Na justeren moet het toestel weer opnieuw worden gekeurd.
De ijkeenheid (e) duidt op de waarde (het aantal gram) die wordt gebruikt bij het indelen en het nakijken van een weegapparaat.
1e is gelijk aan de nauwkeurigheidswaarde van de weegschaal. Dus bij een toestel dat op 5 gram nauwkeurig is, staat 1e voor 5 gram. Bij een weegschaal die wordt aangeboden met een nauwkeurigheid van 100 gram is 1e gelijk aan 100 gram.
Bij afwijkingen is de tolerantie soms hoger dan 1e. De wetgever heeft nauwkeurig bepaald hoe hoeveel e een weegschaal mag afwijken. Om die berekening te maken, moeten eerst de schaaldelen worden vastgesteld. Dat is het maximum weegbereik gedeeld door e. Een kinderweegschaal die tot 30 kilo weegt met een nauwkeurigheid van 5 gram, heeft bijvoorbeeld 6.000 schaaldelen (30.000 gram gedeeld door 5 gram).
Voor de eerste 500 schaaldelen is de toegestane afwijking 1e.
Voor het 500ste tot 2.000ste schaaldeel is de toegestane afwijking 2e.
Vanaf het 2.000ste schaaldeel is de toegestande afwijking 3e.
De IJkwet is in 2006 vervangen door de Metrologiewet. Onder deze Meteorologiewet vallen ook alle weegschalen die worden gebruikt "bij het bepalen van massa in de medische praktijk voor het wegen van patiënten voor observatie, diagnose en behandeling".
Bij ijken wordt gecontroleerd of het apparaat voldoet aan de metrologische wetgeving. Daartoe wordt het gecontroleerd op conformiteit. De controleurs kijken ook naar de technische staat (is de verzegeling aanwezig, is het toestel veilig e.d.) en naar de metrologische staat (of het aangegeven weegresultaat klopt).
Als een personenweegschaal nieuw op de markt komt en beschikt over een verklaring van conformiteit, is het geijkt. Dan voldoet het aan alle wettelijke eisen. Omdat er na verloop van tijd afwijkingen kunnen ontstaan, is het van belang om weegapparatuur periodiek te laten controleren (kalibreren).
Volgens een circulaire van de Inspectie voor de Volksgezondheid uit 2008 hebben instellingen de plicht om weegwerktuigen regelmatig te laten controleren. Het controleren dient periodiek plaats te vinden (afhankelijk van het gebruiksdoel en de gebruiksintensiteit) en na iedere wijziging die de meetfunctie kan beïnvloeden.
Veel instellingen vinden het zelf echter ook belangrijk om hun weegschalen periodiek te laten controleren omdat ze de kwaliteit willen borgen. Vanuit de HKZ (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector) laten zij jaarlijks hun weegapparatuur controleren.
Er is in Nederland een officiële organisatie die toeziet op naleving van de Metrologiewet. Dit is Verispect, een onderdeel van het NMI (Nederlands Meetinstituut), dat weer onder TNO valt.
Verispect voert onaangekondigde inspecties uit, maar voor zover bekend wordt er niet of nauwelijks gecontroleerd op personenweegschalen in de gezondheidszorg. Vanuit Verispect wordt overigens alleen gecontroleerd en niet gerepareerd of gejusteerd.



